Lissabon doe je te voet, ook al ligt de stad op zeven heuvels. Elke wijk heeft zijn eigen gezicht: de steegjes van Alfama, de rechte straten van de Baixa, het uitgaansgebied rond Bairro Alto en de Pink Street, en aan de rand van de stad Belém met het Mosteiro dos Jerónimos en de Torre de Belém. Onderweg kom je overal gele trams tegen die zich door straten wurmen waar eigenlijk geen tram past, en om de paar honderd meter een miradouro om op adem te komen en over de daken naar de Taag te kijken. Februari bleek een goede maand: aangename temperaturen, minder drukte dan in de zomer en af en toe mist die het Praça do Comércio half liet verdwijnen. Niet het weer waar je op hoopt, wel het weer dat een serie karakter geeft.
We verbleven een midweek in het BessaHotel Liberdade, midden in het centrum en buitengewoon goed bevallen. Vanaf daar is vrijwel alles te lopen. Het voordeel van februari zijn de korte dagen: de zon gaat vroeg onder, dus het avondlicht pak je gewoon mee voor het avondeten. Zo ontstond de foto bij Cais das Colunas, de trappen aan de Taag bij het Praça do Comércio: een zeilboot op het water, de Ponte 25 de Abril en het Cristo Rei-beeld als silhouetten in het tegenlicht. En het avondeten zelf? In de stad van de bacalhau zijn wij bij een Italiaan beland — M'arrecreo, aanrader.
De voorbereiding ging zoals altijd: vooraf plekken markeren in Google Maps en kijken wat andere fotografen op die plekken maakten. Dan weet je waar je moet zijn en welk beeld er ongeveer te halen valt. Het tweede deel van het plan — vroeg op pad voor het mooiste licht en de minste mensen — is er niet van gekomen. Het bed was te lekker en het ontbijt ook. Dan roei je met de riemen die je hebt: de X-T5 met de 23mm en de 35mm in de tas en gewoon gaan lopen.
De trams kregen vanzelf de hoofdrol in de serie. De Elevador da Bica in zijn smalle straatje, tram 28 die 's avonds bij een kruising in Alfama de bocht om komt terwijl de kinderkopjes het licht van de lantaarns reflecteren, en de gele 12 met de bestuurder achter het raam bij Largo do Limoeiro. Ook de Elevador da Glória staat erin, in de schemering met de graffitimuur ernaast. Die funicular ontspoorde in september dat jaar, een paar honderd meter van ons hotel. Toen wij hem in februari fotografeerden reed hij nog gewoon op en neer.
Voor de uitzichten moet je omhoog. De Miradouro das Portas do Sol geeft het klassieke beeld over de daken van Alfama richting het klooster van São Vicente, de Santa Justa-lift kijkt uit op het Castelo de São Jorge — en door het hek naar beneden op de daken van de Baixa, wat een eigen soort foto oplevert. Het hoogste punt was Pilar 7: via een lift kom je boven op een pijler van de Ponte 25 de Abril en kijk je recht naar beneden op de weg en het spoor. Voor wie hoogtevrees heeft geen aanrader, voor een andere kijkrichting wel.
En dan is er nog de andere kant van de stad. LX Factory, een oud fabriekscomplex onder de brug, vol street art, brandtrappen, winkeltjes en restaurants — plus een reusachtig insect van schroot tegen de muur. De Marvel Art Wall met zijn tegelwand vol superhelden. De paraplustraat bij Rossio. En de Igreja de São Domingos, waar de sporen van de brand van 1959 nog op de muren en pilaren zitten — een van de weinige kerken waar je de geschiedenis niet hoeft te lezen maar gewoon ziet. Wie na al het klimmen genoeg heeft van heuvels: bij Parque das Nações, het moderne stuk stad uit de Expo-tijd, hangt een telecabine langs de rivier.
De belangrijkste plekken uit deze serie op een rij:
Volgende keer zetten we de wekker.